Reguliere Basis GGZ versus Complementaire zorg ?

Minister Schippers heeft december 2013 in het openbaar een serieuze poging gedaan een duidelijk onderscheid te maken tussen de ‘echte’, veilige (‘evidence based’ : “bewezen resultaten en aantoonbare werkzaamheid”) reguliere zorgverleners en de ‘twijfelachtige’ Complementaire en Preventieve zorgverleners. De laatste groep zou volgens minister Schipper door hulpvragers alleen vanuit ‘vertwijfeling’ en onwetendheid benaderd worden en zeker geen reële veilige behandeling bieden.

Het feit dat de Complementaire zorg (al zeer lang) bestaat en nog steeds bestaansrecht heeft in de Nederlandse samenleving, laat zien dat het ‘nuchtere’ Nederlandse volk zelf over het vermogen beschikt om te oordelen.
Diverse onderzoeken en onthullingen binnen medische wetenschap en werkveld hebben zeer veel blootgelegd en ontdekt over de mens. Toch is het onder medici en wetenschappers algemeen bekend, dat verreweg het grootste deel van het functioneren van mens en natuur nog steeds onbekend is. Maar omdat er zoveel belangen en belangenverstrengeling is, willen wij onszelf voorhouden dat ‘evidence based medicine’ een harde werkelijkheid is. Niets is echter minder waar. (zie hierover de afscheidsrede van arts, emeritus hoogleraar VU Ivan Wolffers d.d. 31-1-14: http://www.trouw.nl/tr/nl/4328/Opinie/article/detail/3588305/2014/02/02/De-medische-wetenschap-faalt.dhtml ).

Tijden van schaarste hebben doorgaans tot gevolg dat er splitsing ontstaat door groeiende bezorgdheid van individuen en groepen over het eigen bestaan. De dreiging werkt vernauwend op ons bewustzijn en sociaal gedrag komt in de knel. De huidige crisis brengt dit ook weer met zich mee.
Daarom wil ik duidelijk stellen: reguliere zorg en complementaire zorg horen bij elkaar. En daarbij zoals scheidend Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer onlangs (vrij vertaald) zei: “in tegenstelling tot wat de overheid verondersteld, zijn de meeste mensen betrouwbaar”.

De reguliere zorg en de wetenschap zijn doorgaans bevolkt door kundige, integere mensen, die zich werkelijk inzetten voor het welzijn van anderen, en ditzelfde geldt voor de –aanvullende- dus Complementaire zorg. Beide groepen in het werkveld van de zorg zijn gehouden aan zelfregulerende en kwaliteit controlerende systemen.
Reguliere- en Complementaire zorg hebben en krijgen steeds meer een verschillende doelgroep, met vooral onderscheid in de ernst van de problematiek van de cliënt. De nieuwe Basis GGZ versterkt dit gegeven, hoewel er tussen beide doelgroepen ‘een grijs gebied’ blijft. Regulier en complementair vullen elkaar in elke zin aan en zijn wederzijds bevruchtend.

Een werkelijk menselijke overwinning en professionaliteit zal zijn, om juist in deze omstandigheden elkaar het bestaan te gunnen en open te staan voor wederzijdse waarden. Dit komt de gezondheid van zowel behandelaars als hulpvragers ten goede.